Meppel werd al in 1141 genoemd in een oorkonde, maar in die tijd was het niet meer dan een groepje boerderijen. In 1422 werd Meppel als een zelfstandig kerspel afgescheiden van Kolderveen en mocht men een kerk bouwen. Deze Grote of Mariakerk staat er nog steeds, al is er in de loop der eeuwen veel aan veranderd. De plaats was toen nog niet meer dan een dorp. Meppel kwam in de 16e eeuw tot bloei vanwege de turfafgravingen in Noord-Nederland; de stad was een belangrijke doorvoerhaven vanwege de verbinding met de Drentse Hoofdvaart en de Hoogeveense Vaart aan de ene kant en het Meppelerdiep aan de andere kant. Via het Meppelerdiep kon bij Genemuiden de Zuiderzee bereikt worden. In de 17e en 18e eeuw vestigden zich dan ook veel binnenschippers in de plaats, die in 1644 van de drost van Drenthe stadsrechten had gekregen en inmiddels meer dan duizend inwoners had. In 1809 kreeg Meppel opnieuw stadsrechten van Lodewijk Napoleon.

De wateren die door het centrum van Meppel voeren worden grachten genoemd. Mede vanwege de namen Heerengracht, Keizersgracht en Prinsengracht wordt de stad ook wel eens het Mokum van het Noorden genoemd. Verder wordt Meppel ook om andere redenen vaak met Amsterdam vergeleken. Zo zijn er al eeuwenlang banden tussen beide steden en ook was de Joodse gemeenschap voor WOII rijkelijk vertegenwoordigd in Meppel. Straatnamen als Synagogestraat herinneren nog aan die tijd. Bovenstaande grachten liggen alle langs het oude tracé van de Hoogeveense Vaart en de Beilerstroom door het centrum van Meppel. In de twintigste eeuw zijn enkele grachten gedempt die dwars door het centrum van de stad liepen. Ook zijn enkele ophaalbruggen vervangen door vaste bruggen. Sindsdien is het onmogelijk geworden door Meppel heen Drenthe binnen te varen, ook vanwege de vernauwing van de Hoogeveense Vaart in 2005 ter hoogte van de Oosterboer. In 2008 is een deel van de Gasgracht, tot aan het Prinsenplein in het centrum weer opengegraven. Ter hoogte van de oude "Tipbrug" is een nieuwe opklapbrug over de Gasgracht gebouwd. Deze brug is gebouwd naar het voorbeeld van de Tipbrug en heet "Prinsenbrug". Er zijn plannen om nog meer grachten opnieuw open te graven.

De inwoners van Meppel worden ook wel "Meppeler muggen" of muggenspuiters genoemd, naar aanleiding van een volksverhaal, dat over meerdere plaatsen in de wereld bekend is. De sage wil dat op een nacht sommige inwoners dachten dat de kerktoren in brand stond, omdat er een rookwolk om de Meppeler toren hing, maar het bleek een zwerm vuurvliegjes of muggen te zijn. In Meppel is in 1971 een standbeeld geplaatst van dit volksverhaal, van Aart van den IJssel.

Het actuele nieuws van Meppel: zie www.krantvoormeppel.nl.


Wapen van Meppel

In het wapen is de geschiedenis van de stad af te lezen. De drie klaverbladeren symboliseren de weidegrond rondom Meppel. De drie zwarte rechthoekjes stellen turven voor en staan voor de veenafgravingen en de turfhandel.
De tien zilveren penningen in de rode rand vertegenwoordigen de tien zakken graan die het dorp Meppel met ingang van 1422 aan de kerk van Kolderveen (ligt naast Nijeveen, een dorpje dat aan Meppel grenst) betaalde.